Cardiogenetica AMC, Amsterdam

Verwijzers/professionals

Cardiogenetica AMC, Amsterdam

Cardiogenetica AMC

INTRODUCTIE 

 


In de afgelopen jaren is van veel erfelijke hartziektes, met de identificatie van oorzakelijke genen, de erfelijke basis opgehelderd. Dat heeft geleid tot een enorme toename van onze basale kennis van de cardiale pathofysiologie van de betreffende ziektebeelden en, voor de individuele patiënt en zijn familie belangrijk, de mogelijkheid van présymptomatische diagnostiek en (gen-specifieke) behandeling.
De familiare ziektebeelden zijn onder te verdelen in primaire aritmie syndromen, dat wil zeggen het voorkomen van ritmestoornissen in een structureel normaal hart en secundaire aritmiesyndromen waar er sprake is van structureel afwijkende harten.
Tot de eerste groep behoren de elektrische hartziekten als de lange QT syndromen, het Brugada syndroom en de inspanningsgebonden (catecholaminerge-) polymorfe ventriculaire ritmestoornissen. Tot de tweede groep behoren de vaker voorkomende cardiomyopathieën als de hypertrofische, gedilateerde en aritmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (HCM, DCM en ARVC).
In de eerste groep (met een structureel normaal hart) blijken de ziekte veroorzakende genen vooral te coderen voor ionkanalen. De opbrengst van genetische screening is met ruim 70% hoog voor het lang QT syndroom, maar het enige gen dat tot op heden voor het Brugada syndroom is geïdentificeerd wordt maar in een kleine 30% van de patiënten gevonden. Het lange QT syndroom geldt als goed voorbeeld van het belang van een genetische diagnose: type behandeling en prognose wordt mede bepaald door het genotype. In de tweede groep is de genotypering vooral bij de HCM succesvol (70% opbrengst) omdat er in Nederland een aantal veel voorkomende (zogenaamde founder) mutaties voorkomen. Bij DCM en ARVC is de opbrengst (nog) wat beperkter.
Bij al deze ziektes zijn levensbedreigende ritmestoornissen onderdeel van het spectrum en, helaas, niet zelden het eerste symptoom van de ziekte.
Dat maakt présymptomatische diagnostiek van groot belang omdat voor de meeste ziektes een beschermende behandeling voor handen is.
In het geval van cardiomyopathieën is het niet ondenkbaar dat vroegtijdige behandeling een belangrijke impact zal hebben op de bij de ziekte horende morbiditeit en mortaliteit.
Op de polikliniek erfelijke hartziektes van het AMC worden patiënten en hun familieleden ingelicht over het bestaan van een (mogelijke) erfelijke hartziekte in hun familie. Nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de gevolgen van het weten of niet weten van het bestaan van een hartziekte en de mogelijkheden een en ander middels DNA onderzoek aan te tonen. Hiervoor staat een multidisciplinair team bestaande uit op dit terrein ervaren klinisch genetici (of genetisch consulenten), cardiologen en psychosociaal medewerkers klaar. Voor bijna alle ziektebeelden is gericht DNA onderzoek beschikbaar. Het aantal patiënten is de laatste jaren enorm toegenomen met een groei van 25 patiënten in 1996 tot meer dan 1000 patiënten in 2010.

 
cardiogenetica@amc.nl | Laatste update: 05-02-2013