Cardiogenetica AMC, Amsterdam

Patienten en bezoekers

Cardiogenetica AMC, Amsterdam

Behandeling en controles

Behandeling van erfelijke hartziekten

Behandeling van erfelijke hartziektenBehandeling van erfelijke hartziektenBehandeling van erfelijke hartziektenBehandeling van erfelijke hartziekten

Veel erfelijke hartziekten zijn goed te behandelen, zij het soms op een ingrijpende manier.
Of en hoe behandeld moet worden hangt af van verschillende factoren: verschijnselen, familiegeschiedenis, leeftijd, de uitslagen van het cardiologisch onderzoek, de aard van de ziekte en soms ook van de specifiek erfelijke oorzaak (de mutatie, of verandering in een gen) van de ziekte.
Hierdoor is het soms zo dat verschillende personen uit dezelfde familie ook verschillend behandeld worden. Of misschien de een wel en de ander niet.

Naast een specifieke behandeling (met medicatie*, of misschien een pacemaker of inwendige defibrillator) of leefregels, kan het ook zijn dat men van de cardioloog of klinisch geneticus/genetisch consulent een lijst krijgt met medicatie die juist vermeden moet worden, omdat het gebruik van deze specifieke medicijnen soms juist klachten uitlokt. Het is verstandig een kopie van een dergelijke lijst aan de huisarts en apotheker te overhandigen. Zij kunnen hier dan meteen rekening mee houden als nieuwe medicatie moet worden voorgeschreven.

* Behandeling met betablokkers

Werking

Veel patiënten met een lang QT syndroom (LQTS) of met inspanningsgebonden ritmestoornissen (CPVT) worden behandeld met een bčtablokker.

Bčtablokkers verlagen de bloeddruk, vertragen de hartslag, verminderen de zuurstofbehoefte van het hart en verminderen de prikkelbaarheid van het hart, doordat de werking van adrenaline op de hartcellen verminderd wordt. Hierdoor worden ernstige ritmestoornissen voorkomen.

In het algemeen worden bčtablokkers vaak voorgeschreven bij een te hoge bloeddruk, angina pectoris (pijn op de borst), hartritmestoornissen, hartfalen, migraine, een te snel werkende schildklier of na een hartinfarct. Er zijn veel verschillende bčtablokkers, enkele middelen die vaak voorgeschreven worden zijn metoprolol (Selokeen), propanolol of atenolol.

Bijwerking

Bij de genoemde ziektebeelden zijn bčtablokkers heel erg effectief en meestal afdoende. Helaas hebben ze, net als alle andere medicijnen, bijwerkingen. Dit komt bij ongeveer 10% van de gebruikers voor. De meest voorkomende bijwerkingen zijn:

-   sneller last van koude handen en voeten, tengevolge van een lagere bloeddruk.

-   duizeligheid bij snel opstaan of lichte sufheid, vermoeidheid. Dit gaat meestal over nadat het lichaam gewend geraakt is aan de bčtablokker.

-   maagdarmklachten, zoals misselijkheid, obstipatie of diarree. Deze klachten kunnen verbeteren als het middel met wat eten wordt ingenomen. Over het algemeen verdwijnen de klachten als het lichaam gewend geraakt is aan de bčtablokker.

-    anders dromen: sommige mensen gaan levendiger dromen of krijgen nachtmerries. Dit verschilt met de soort bčtablokker.

-    impotentie: dit komt zelden voor en komt door de lagere bloeddruk. Het is geen klacht die verdwijnt na enkele weken, maar wel voor veel patiënten een reden om te stoppen met de bčtablokker. Het is belangrijk deze klacht te melden aan de arts, zodat er een andere dosering of een ander soort bčtablokker kan worden voorgeschreven.

-    bij diabetes kan een te laag bloedglucosegehalte (‘hypo’) minder snel opgemerkt worden, doordat de hartkloppingen die bij deze ‘hypo’ horen achterwege blijven.

-     bij luchtwegproblemen als astma, chronische bronchitis of longemfyseem kunnen soms meer benauwdheidsklachten ontstaan. Het is dan van belang contact op te nemen met de arts die de bčtablokker heeft voorgeschreven.

Eten en drinken

Bij het gebruik van bčtablokkers mag alles gegeten worden. Het gebruik van alcohol geeft soms sneller duizeligheidsklachten. Deze klachten variëren sterk per persoon. Over het algemeen geeft een gematigde hoeveelheid alcohol geen problemen.

Zwangerschap(swens)

Het is van belang om een eventuele zwangerschapswens of zwangerschap bij de behandelend arts te melden. Het gebruik van metoprolol tijdens de zwangerschap leidt niet tot een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen bij het kindje. Van de andere bčtablokkers is dat minder bekend. Alle bčtablokkers zullen wel tot een lagere hartslag van het kindje leiden, reden waarom geadviseerd wordt om de bevalling in het ziekenhuis te laten plaatsvinden. Dan kan het kindje direct door een kinderarts onderzocht worden. Ook is dan de bewaking van de moeder zelf beter. Naar het gebruik van bčtablokkers in de zwangerschap wordt nog voortdurend onderzoek verricht.

Het dagelijks gebruik

In het algemeen is het verstandig de bčtablokker op vaste tijd(en) in te nemen. Dan wordt het minder vaak vergeten. Het is erg belangrijk om de medicatie trouw in te nemen.

Overslaan of plotseling stoppen met het gebruik van een bčtablokker kan juist klachten uitlokken. Wanneer er reden is om te stoppen met het gebruik van de bčtablokker, is het van belang dit in overleg met de voorschrijvend arts te overleggen. Het is niet verstandig om direct helemaal op te houden met het gebruik. De arts zal dan ook een afbouwschema met u afspreken.

 

 
cardiogenetica@amc.nl | Laatste update: 05-02-2013